Preek van de 15de zondag na Pinksteren
De menigte was net getuige van iets ongelooflijks: een verrijzenis. Een kind dat dood was, begint in ieders bijzijn te spreken. Het volk begrijpt meteen dat enkel God bij machte is dit te doen en dat God dus onder hen is gekomen. Dat is op zich al erg belangrijk. Tegenwoordig wordt het dorp wat verwaarloosd. Ook toen moet dat al zo geweest zijn. Dat een profeet in hun midden zou komen, was gewoonweg miraculeus.
Maar voor God is dat allemaal van geen belang. Enkel de weduwe telt en waar ze is doet er niet toe.
Het spreekt voor zich dat de situatie waarin de weduwe zich bevindt erg triest is. Ze heeft geen man die haar steunt, geen inkomen, en het enige geluk in haar leven, haar bloedeigen zoon, is haar ontnomen. Ze zou haast kunnen sterven van verdriet.
Was ze bijzonder vroom of heeft ze tot God gesmeekt? Of was ze vooral om zichzelf bekommerd zonder te denken aan Gods almacht? Het Evangelie vertelt het ons niet dus we kunnen het niet weten. Soms handelt God wanneer we erom vragen, soms om ons eraan te herinneren dat we aan Hem moeten denken.
Wat hier duidelijk naar voor komt, is dat God medelijden met ons heeft. God houdt van ons, Hij is onze Vader. Ons lijden is ook Zijn lijden.
We zouden wel kunnen zeggen: "God heeft toch zeven miljard andere kinderen dus Hij heeft wel wat beter te doen dan met mij in te zitten." Fout.
Voor God zijn we allen uniek. Ieder van ons is zijn geliefde zoon of dochter. God benadert ieder van ons alsof we enkel met Hem hier op aarde waren. We weten dat er mensen zijn die met iedereen kunnen spreken. Als die met ons spreken dan lijkt het alsof er niemand anders aanwezig is en dat ze ons kennen en weten hoe we zijn. Zo is ook God, maar dan oneindig veel beter.
Al van onze verwekking heeft God ons zo gemaakt dat we perfect het doel zouden bereiken waarvoor we geschapen zijn. Doelbewust heeft Hij onze huidskleur, onze ogen, onze haardos en andere kenmerken bepaald. Of we gevoelig of minder gevoelig zijn, meer of minder snel en efficiënt. Nooit is er op aarde ook maar één persoon geweest die onze gelijke was. We zijn allen het werk van Zijn Hand. God heeft ons persoonlijk geschapen. Hij kent ons dus en houdt van ieder van ons zoals we zijn: als unieke mensen.
Sommigen geven het weer met een wiskundige formule: Gods liefde is oneindig. Als we Gods liefde dan delen door het aantal mensen op aarde: Oneindig gedeeld door pakweg zeven miljard, dat is gelijk aan... oneindig. Gods oneindige liefde voor ons valt dus wiskundig te verklaren.
Deze moeder heeft enorm geweend en erg afgezien. Omdat haar tranen ook die van Hem zijn, heeft Hij zich persoonlijk over haar ontfermd.
Onze Heer is genadevol en bekommert zich om ons.
Het probleem is dat wie we zijn en wat er van ons wordt niet enkel in Zijn handen ligt. Als we voor eeuwig willen genieten van Zijn liefde dan moet God ook de enige liefde van ons leven zijn.
Natuurlijk zien we ook andere mensen erg graag. Maar nooit zoals we onze Heer liefhebben. Daar is een eenvoudige en goede reden voor: we houden van hen net omdat we onze Heer liefhebben.
Voor sommige vrienden zijn we bereid erg veel te doen als ze hulp nodig hebben. Dat is trouwens ook een teken van echte vriendschap.
Voor onze man of vrouw doen we ook enorm veel, meer dan voor wie dan ook. Maar nooit alles. Enkel voor God kunnen we en moeten we alles doen. Hij is de Enige die we volledig moeten liefhebben.
Onze prioriteiten moeten als volgt zijn: (1) God, (2) de mensen die God ons toevertrouwd heeft, (3) onze naasten, (4) iedereen.
De bijzondere liefde die we koesteren voor God moet op een concrete manier tot uitdrukking komen: door het bijwonen van de Mis, onze gebeden, in onze vreugde, het nakomen van onze verplichtingen naar gelang onze levensstaat, de kuisheid waarmee we met onze verloofde of mensen van het andere geslacht omgaan, in de manier waarop we ons amuseren...
Een grap drukt het zo uit: "Schat, ik zou alles voor je doen; ik zou mijn leven geven, maar ik kan nu niet naar je komen, want het regent." We kunnen ons goed inbeelden wat er zou gebeuren als een verloofde zijn aanstaande bruid nooit bloemen gaf, geen complimenten en geen hulp, of maar zelden op bezoek komt of een bericht stuurt. Niets dan uitvluchten.
Dat geldt ook voor onze Heer. Hij zorgt voor ieder van ons. We kunnen Hem niet zeggen: "Ik heb het erg druk, een andere keer, geeft het niet?" Onze eeuwigdurende verloving zou op een dag weleens tot een einde kunnen komen.
Luisteren we tot slot naar deze verzen uit een psalm van David:
"Want Gij hebt mijn nieren geschapen, Mij in de schoot van mijn moeder gevormd: Ik dank U voor het ontzaglijk wonder van mijn ontstaan, En voor uw heerlijke werken. […] En mijn gebeente bleef voor U niet verborgen. […] Uw ogen hebben mijn vormeloze leden aanschouwd, in uw boek stonden ze allen beschreven: Ook de dagen, waarop ze werden gemaakt, Voordat er nog één van bestond."
Laten we onze liefde betuigen aan God.
In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen
kan. Frédéric de Martin ICRSS, zondag 17 september 2017, Basiliek van Dadizele
Reacties
Een reactie posten