Preek van de 1ste Zondag van de Advent

U weet het, wij zijn de godsdienst van de menswording, die ons leert dat God op de aarde gekomen is om ons te redden. Hij is niet hoog in de hemel gebleven, maar is nedergedaald om ons omhoog te heffen. Hij heeft onze menselijke natuur gedeeld opdat we aan zijn goddelijkheid deel zouden hebben. Hij is Mens geworden, ons gelijk. Maar vooraleer een ziel en een menselijk lichaam aan te nemen, heeft Hij zijn komst voorbereid. Het was lang wachten, duizenden jaren lang, en de Kerk doet ons die tijd herbeleven tijdens de Advent. Vier weken om ons te doen stilstaan bij het lijden van de mensheid terwijl ze van God gescheiden was. Maar ook haar hoop bij het horen van de profetieën. Het is deze reis samen met de profeten die ik met u vandaag wil maken. Een reis in het verleden, naar de tijd van het uitverkoren volk, maar ook in de toekomst, die van de profetieën.

EPISTEL Rom 13:11-14a

Dierbaren, gij weet, dat het tijd is, en dat het uur is geslagen, om op te staan uit de slaap; want thans is het heil ons meer nabij, dan toen we het geloof hebben omhelsd. De nacht is ver gevorderd, de dag breekt aan. Laat ons dus afleggen de werken der duisternis, en ons omgorden met de wapenen van het licht. Laat ons dus onberispelijk leven, zoals we dit doen op klaarlichte dag; niet in brasserij en dronkenschap, niet in ontucht en losbandigheid, niet in twist en ijverzucht. Maar omkleedt u met den Heer Jezus Christus, en vertroetelt het vlees niet tot begeerlijkheid.


EVANGELIE Lc 21:25-33

In die tijd sprak Jezus tot zijn leerlingen: er zullen tekenen zijn in zon en maan en sterren; en op de aarde doodsangst onder de volken, radeloos door het donderend geweld van de zee en de golven. De mensen zullen verstijven van vrees en bange verwachting, van wat de wereld gaat overkomen; want de krachten der hemelen zullen worden geschokt. Dan zullen ze den Mensenzoon op een wolk zien komen, met grote macht en majesteit. Welnu, wanneer dit alles een aanvang gaat nemen, blikt op dan, en heft uw hoofden omhoog; want uw verlossing is nabij. En Hij stelde hun een gelijkenis voor: Ziet naar de vijgenboom en alle andere bomen; zodra gij ze ziet uitbotten, dan weet gij ook, dat de zomer nabij is. Zo ook, wanneer gij dit alles ziet, weet dan, dat het koninkrijk Gods nabij is. Voorwaar, Ik zeg u: Dit geslacht gaat niet voorbij, vóórdat dit alles is geschied. Hemel en aarde zullen voorbijgaan, maar mijn woorden zullen niet voorbijgaan.
Meteen na de eerste zonde waardoor Adam en Eva God afwezen, doet de Heer een belofte. Ondanks hun verraad, verlaat Hij hen geen moment, maar blijft Hij steeds bereid om hen op weg te helpen. Op een dag, zegt Hij, zal de vrouw de slang verbrijzelen (Gen. 3:15) ; op een dag zal hun nageslacht op Satan zegevieren. Niettemin geeft Jahweh nog geen details prijs. Het is pas nadien, beetje bij beetje, dat de figuur van Hem die de wereld van haar wonden moet helen vorm krijgt. Het beeld ervan is zo volledig dat de enige vraag die Maria aan de engel stelt de volgende is: “Hoe kan dit geschieden, daar ik geen man beken?” (Lc 1:34) Een beschrijving die zo precies is dat drie wijzen uit het Oosten zullen komen om hulde te brengen aan de pasgeboren Messias, een beeld dat zo bekend is onder het volk dat de eerste apostel, Andreas, zonder enige twijfel tot zijn broer zegt: “We hebben de Messias gevonden.” (Joh 1 :41) En laat degenen die nog twijfelen nadenken over het beeld van de lijdende Christus zoals David (Psalmen 21 (22), 23 (24) en 68 (69)) en Jesaja (Jes. 42 en 53) het eeuwen daarvoor geschetst hebben. U zult denken dat u op Golgotha bent!

“Maar gij, Betlehem van Efrata, te klein om onder Juda’s gouwen te tellen: uit u zal Mij Een ontspruiten, die over Israël zal heersen.” (Micha 5:2) Dit zijn de woorden van de profeet Micha. Maar zal God enkel een koning aan zijn volk schenken, zoals de andere naties er één hebben? Waarop zal deze koning volgens God gelijken? In tegenstelling tot wat we misschien zouden denken, is het zeker dat Israël al van het begin een buitengewoon, zelfs goddelijk Wezen verwacht: een Messias-Vorst die het aangezicht van de wereld zal veranderen. Net zoals de openbaring in Israël de godsdienst revolutionair verandert met een nieuw Godsbeeld; onverklaarbaar in vergelijking met de opvattingen van die tijd: één enkele God en Schepper die de natuur, de machten en elementen van de wereld demystificeert door onze verhouding tot Tijd en het Universum diepgaand te veranderen; een God die Zijn onuitspreekbare naam geeft[i]; een God die niet af te beelden valt. Het is dan ook erg opmerkelijk dat zo’n klein volk, hoe zwak, geminacht en vervolgd het ook is, niettemin overtuigd is dat ze een beslissende invloed zal hebben op de menselijke geschiedenis. Israël heeft van de profeten de overtuiging gekregen dat ze het voorwerp zal zijn van een gemeenschappelijke eindbestemming voor het hele universum, door een man zonder gelijke die de Verlosser van de wereld zal zijn en die de kennis en het rijk van de God van Israël naar de uiteinden van de wereld zal uitdragen.

In de Joodse traditie wordt de Messias-Vorst beschreven als geheel uitzonderlijk, aards en hemels tegelijk. “De traditie van de oude Synagoge heeft steeds onderwezen dat de Verlosser een goddelijk persoon zal zijn.[ii]” Alle profeten verklaren dat de goddelijke naam “Jahweh” de naam van de Messias zelf is. Het is bijzonder duidelijk in het onderricht van de profeet Jesaja, de “Profeet van de Advent”. Volgens hem is de Messias de “Dienaar” van God[iii] en de “Verlosser” die Israël rechtvaardigt[iv], de “Heilige van Israël” en de “Verlosser van Israël”[v], na meermaals herhaald te hebben dat enkel Jahweh deze titels kan dragen[vi]! De Heer zegt zelf: “Ik, Ik ben Jahweh; Er is geen ander redder dan Ik!” (Jesaja 43:11) Van de Messias zegt Hij: “Het is te gering, mijn Dienaar te zijn, Om Jakobs stammen op te richten en Israëls resten terug te brengen: Ik stel U tot Licht voor de heidenen, Om mijn heil te doen reiken tot de grenzen der aarde!” (Jesaja 49:6) We moeten dus erkennen dat: “Christus zich ‘Jahweh’ noemt en deze prachtige naam Hem helemaal past.[vii]

Maar dat is niet alles. Zowel de mondelinge traditie als de geschreven traditie onderwezen dat de Verlosser een “nieuw schepsel” zou zijn en van “elders” zou komen, en dat Zijn geboorte de “gebruikelijke natuurwetten” zou overstijgen. Hij zal komen als “als een verfrissende dauw van de Heer” (Micha 5:6) dus “zonder menselijke samenwerking” en “Waarachtig een nieuw geslacht Schept Jahweh op aarde: De vrouw zal een man omvatten!” (Jeremia 31:22) en “Nu wil Ik Jahweh’s beslissing verkonden; Hij heeft Mij gezegd: Gij zijt mijn Zoon; Ik heb U heden verwekt.” (Ps. 2:7) Niemand zal dus weten waar Hij precies vandaan komt, of wat zijn afkomst is die “in lang vervlogen tijden ligt.” (Micha 5:1) Met andere woorden: de eeuwigheid, vandaar het woord “vandaag” zoals koning David het zingt in de psalm. En dat is ook de reden waarom de Joden de afkomst van Onze Lieve Heer zullen bekritiseren, want ze zien in Hem niets dan de arme timmerman van Nazareth: “Maar niemand weet waar de Christus vandaan komt. En van deze man weten wij het wel!” (Joh. 7:27) In die tijd, vertelt de Heilige Lucas ons, “verwachtte iedereen dat de Christus gauw zou komen.” (Lc 3:15) Ze bereidden zich al lang en ijverig voor op de komst van hun Redder. Toch hebben ze Hem niet erkend.

Wij mogen deze fout niet maken, maar moeten onze harten en onze gezinnen goed voorbereiden[viii] om Onze Lieve Heer te ontvangen. Laten we van al die kostbare seconden die ons van Kerstmis scheiden een vreugdevolle en hoopvolle verwachting maken, gevoed door onze voornemens en gebeden. Laten we van deze prachtige gelegenheid gebruik maken om onze zielen open te stellen voor de liefde van God die zich laat aanraken door het lichaam van een klein kind aan te nemen.

In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Amen.

kanunnik Adrien Mesureur, zondag 1 december 2019, Basiliek van Dadizele



[i] Het tetragrammaton geopenbaard aan Mozes : “YHWH” (“Yahwe”)


[ii] Cf. Paul Drach Deuxième lettre d’un rabbin converti à partir de la page 101 evenals De l’harmonie entre l’Église et la Synagogue, t. II, à partir de la page 385


[iii] Jesaja 52:1 : « Ziet nu mijn Dienaar, wien Ik verknocht ben, Mijn Uitverkorene, die Mij behaagt! Ik heb op Hem mijn geest gelegd, En de volken zal Hij de wet verkonden. »
Jesaja 49:6 : « Het is te gering, mijn Dienaar te zijn, Om Jakobs stammen op te richten en Israëls resten terug te brengen: Ik stel U tot Licht voor de heidenen, Om mijn heil te doen reiken tot de grenzen der aarde! . »


[iv] Jesaja 53:5 ; 11 : « Om ònze zonden wordt Hij doorboord, Om ònze misdaden wordt Hij gebroken; Op Hem rust de straf, ons ten heil, Door zijn striemen komt òns genezing. » ; « Zelf rechtvaardig, zal mijn Dienaar velen tot gerechtigheid brengen, Wier ongerechtigheid Hij heeft gedragen. »
Jesaja 54:20 : « Maar voor Sion komt een Verlosser,. »


[v] Jesaja 43:3 ; 14 : « Want Ik ben Jahweh, uw God, Israëls Heilige, Uw Redder!» ; « Zo spreekt Jahweh, uw Verlosser, Israëls Heilige. »
Jesaja 47:4 : « onze Redder, Israëls Heilige, Jahweh der heirscharen is zijn Naam!»
Jesaja 54:8 : « Maar in eeuwig erbarmen ontferm Ik Mij over u, Spreekt Jahweh, uw Verlosser!»
Zie ook : Jesaja 54:6 ; 54:24 ; 48:17 ; 49:7 ; 49:26 ; 54:5 ; 60:16 ; 63:16


[vi] Jesaja 65:21 : « Ben Ik het niet, Jahweh, Buiten wien geen andere god bestaat? Neen, een rechtvaardige en reddende God Is er buiten Mij niet! »


[vii] De l’harmonie entre l’Église et la Synagogue, t. II, page 397


[viii] Bent u begonnen met de voorbereiding van de kerststal in uw gezin? En heb je een mooie adventskalender? Heeft u samen met uw kinderen (maar eerst voor uzelf) een aantal goede kleine voornemens gekozen? Wist je dat het Kerstfeest absoluut prachtig kan zijn? Maar alleen als het goed is voorbereid, verwacht, gehoopt, verlangd in de adventstijd!


Reacties